Actief opsporingsbeleid bij COPD en chronische luchtwegobstructie

Fotolia_69737451_Subscription_Yearly_XL.jpg

De interventies bij de niet-medicamenteuze behandeling van patiënten met COPD en chronische luchtwegobstructie omvatten onder meer een actief opsporingsbeleid. Daarbij valt, naast de normale klachtengerichte benadering door de huisarts, te denken aan ‘screening’ en ‘case finding’. Screening is onderzoek van de bevolking op de aanwezigheid van ziekten, case finding is screening onder de personen met een bepaalde risicofactor.

Screening

De bij de huisarts ingeschreven patiënten vormen de ‘praktijkpopulatie’. Het totaal van alle patiënten die ingeschreven zijn bij een van de ongeveer zevenduizend huisartspraktijken komt overeen met de Nederlandse bevolking. Van dit gegeven werd gebruikgemaakt bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker en borstkanker in Nederland. Screening, bevolkingsonderzoek, is in Nederland aan wettelijke regels gebonden. Bij astma/COPD zijn de voorwaarden voor screening van de bevolking – conform de criteria van Wilson en Jungner – niet vervuld. Dit betekent dat ook de huisarts zijn praktijkpopulatie niet zal screenen op astma/COPD.

Case finding

Case finding betekent zoveel als screening binnen een risicogroep. Screening onder de personen met een risicofactor voor astma/COPD zou kunnen betekenen: onderzoek van de longfunctie bij alle bij de huisarts bekende rokers. Een argument vóór een dergelijke case finding is vroegtijdige diagnose van chronische luchtwegobstructie. Van het vroegtijdig vaststellen van chronische luchtwegobstructie wordt een groter effect van voorlichting en leefstijlverandering (zoals stoppen met roken, meer bewegen) verwacht.

Roken

Een ander argument vóór case finding kan zijn het vroegtijdige herkennen van astma, dat naast roken een factor is bij het ontstaan van chronische luchtwegobstructie. Blijkt astma een rol te spelen bij het ontstaan van chronische luchtwegobstructie, dan is een meer op astma gerichte behandeling op zijn plaats. Consensus binnen de beroepsgroep van huisartsen, gesteund door NHG-Standaarden en CBO-richtlijnen, kan bijdragen aan de maatschappelijke acceptatie van opsporing van de risicofactor ‘roken’ bij astma/COPD en astma. De zorgstandaard COPD (2010) lijkt hierin te voorzien. De praktijkondersteuner zou het voortouw kunnen nemen bij ‘case finding’ van COPD.

Optimaliseren lichamelijk prestatievermogen

Bij patiënten met inspanningsgerelateerde klachten door COPD is fysieke training zinvol. Indien het een patiënt niet lukt zijn conditie zelf op peil te houden of te verbeteren door fysieke training (dagelijks een flink eind wandelen of gelijkwaardige beweging), kunnen huisarts, fysiotherapeut, longverpleegkundige en praktijkondersteuner de patiënt adviseren en begeleiden. Aanmoediging tot ‘normaal’ bewegen is op haar plaats. Bij patiënten met ernstige COPD wordt de training voorafgegaan door inspanningsonderzoek en wordt de inspanningstraining meestal gegeven in het kader van een longrevalidatieprogramma bij de longarts. Ook bij patiënten met ernstige COPD leidt fysieke training tot verbetering van het inspanningsvermogen, afname van dyspneuklachten en verbetering van de kwaliteit van leven.

Ademhalingsoefeningen

Bij matig COPD kunnen ontspanningsoefeningen tijdelijk de ademfrequentie verlagen en dyspneu en angst verminderen. Bij meer ernstige COPD kunnen de thoraxexcursies worden verbeterd en de zuurstofsaturatie kan toenemen door ontspanningsoefeningen . Bij emfyseem en verminderde elasticiteit van de kleinere luchtwegen kan ‘pursed-lips breathing ’ de kortademigheid doen afnemen. Men ademt in door de neus en ademt uit tegen de lichte weerstand die wordt gevormd door de getuite lippen. Daardoor verplaatst het zogenoemde ‘equal pressure point ’ zich omhoog naar de grotere luchtwegen, waarvan de doorgankelijkheid minder wordt beïnvloed door de afgenomen elasticiteit van de longen dan bij de kleinere luchtwegen het geval is.

Afgenomen inspiratoire spierkracht

Bij dyspnoïsche COPD-patiënten met afgenomen inspiratoire spierkracht leidt inspiratoire weerstandstraining tot versterking van de inademspieren, vergroting van het inspanningsvermogen en vermindering van de dyspneu. Fysiotherapie, zoals autogene drainage (huffen ) en ‘active cycle of breathing’-techniek (pursed-lips breathing), hebben een positief effect op het opgeven van slijm, maar geen effect op de longfunctie.

Fysiotherapeut

Houdingsdrainage kan effectief zijn bij COPD-patiënten die veel sputum produceren. Het lijkt verstandig dat deze activiteiten worden overgelaten aan een fysiotherapeut. De ademhalingsoefeningen kunnen het best begeleid worden door een fysiotherapeut , die zich hierin bekwaamd heeft. De rol van de praktijkondersteuner is de aangewezen patiënt te motiveren tot deelname aan een programma bij de fysiotherapeut.

Bron: Aandacht voor astma en COPD

Foto: PicScout


Tip

Boeken:

cover   cover

Diagnose en therapie 2015-2016, J.J.E. van Everdingen, J.H. Glerum, A.F.A.M. Schobben, Tj. Wiersma