Verruca seborrhoica of ouderdomswrat

978-90-368-1386-0_17_Fig1_HTML

De verruca seborrhoica of verruca senilis (ouderdomswrat) is een goedaardige huidafwijking van de volwassen leeftijd. Voorkeurslokalisaties zijn de romp en het gelaat.

De ontstaansoorzaak is onbekend. Mogelijk spelen zonlichtexpositie en familiair voorkomen een rol. De verruca seborrhoica heeft een aantal kenmerkende eigenschappen. Hij ligt boven op de huid (in de epidermis) en kan vele vormen aannemen. De afwijking is gepigmenteerd, maar van niet-melanocytaire origine; de kleur ontstaat door gepigmenteerde hoornstof.

Meestal is het een ruw aanvoelende, vlakke, papillomateuze huidafwijking met een verruceus, vettig oppervlak. De grootte kan variëren van millimeters tot enkele centimeters, en de kleur van geel-bruin tot bruin-zwart. Er kunnen er meerdere tegelijk voorkomen.
In de differentiaaldiagnose van de verruca seborrhoica staan naevus naevocellularis, verruca vulgaris, lentigo senilis, actinische keratose, ziekte van Bowen, lentigo maligna (ziekte van Dubreuilh), melanoom, basalecel- en plaveiselcelcarcinoom. 5

Epidemiologie

De verruca seborrhoica ontstaat bij mensen vanaf de leeftijd van 30 jaar, voornamelijk bij individuen met een blanke huid. Het is een van de meest voorkomende goedaardige huidafwijkingen. Hoe vaak mensen met deze afwijking als klacht naar de huisarts gaan is niet bekend; zij kan onder meerdere ICPC-codes worden geregistreerd.

Verruca seborrhoica is een goedaardige afwijking met een gunstig beloop. Bij een plotseling talrijk voorkomen moet gedacht worden aan een paraneoplastisch syndroom bij interne maligniteiten.

Waarmee komt de patiënt?

Er kunnen verschillende redenen zijn met een ouderdomswrat naar de huisarts te gaan. De patiënt wil weten wat voor huidaandoening hij heeft, of vindt de wrat cosmetisch bezwaarlijk. Daarnaast kunnen veranderingen van aspect of ervaren klachten reden zijn voor ongerustheid.

Anamnese

De huisarts vraagt:

■ wanneer de wrat is ontstaan;
■ naar het aantal;
■ naar verandering van bijvoorbeeld kleur en grootte;
■ naar klachten van bijvoorbeeld jeuken en bloeden;
■ naar familiair voorkomen;
■ naar blootstelling aan zonlicht.

Onderzoek

Aan de basis van de diagnostiek ligt inspectie. Bij onzekerheid over de diagnose moet aanvullend onderzoek worden gedaan.
Bij diagnostische twijfel kan een dermatoscopie worden uitgevoerd, maar voor een goede beoordeling moet de huisarts ervaring hebben met een dermatoscoop. Daarom wordt dit onderzoek meestal door een dermatoloog uitgevoerd. 6 Meer invasieve aanvullende diagnostiek is een biopsie of totale verwijdering van de laesie met vervolgens histopathologisch onderzoek.

Beleid

Voorlichting: wanneer de patiënt met een diagnostische vraag komt, zal de huisarts na het stellen van de diagnose de patiënt voorlichten en zo nodig geruststellen.

Nadere diagnostiek: als de patiënt dit wenst, of bij diagnostische twijfel, zal de laesie verwijderd worden. Op indicatie wordt histopathologisch onderzoek gedaan.

Bron: Kleine kwalen en alledaagse klachten bij ouderen, Eekhof e.a.

Foto: PicScout


 

Tip

Zakboek ziektebeelden Dermatologie