Parasitaire huidinfectie

In september meldt Maurits Welkoop (38) zich op het spreekuur. Hij is op vakantie in Guatemala geweest waar hij onder meer een lange kanotocht over de Rio Dulce heeft ondernomen. Sinds een week heeft hij een ‘pukkel’ op zijn hoofd, die niet wil genezen. Er komt regelmatig wat bloederig vocht uit. Welkoop heeft geen koorts en geen pijn. De plek jeukt een beetje. Hij wil graag weten of het kwaad kan.

De huisarts inspecteert de plek, wat vergemakkelijkt wordt door patiënts kaalheid. Zij ziet een kleine, furunkelachtige ontsteking van ongeveer 1 cm. Er heeft zich een crusta gevormd met wat induratie eromheen. De bult fluctueert niet. Na het verwijderen van crustae en lichte expressie wordt geadviseerd het wondje dagelijks uit te douchen. Na een week komt Welkoop terug met, zoals hij dat zelf noemt ‘zijn punthoofd’. Hij heeft ook nu geen koorts of malaise. Wel hoort hij iets knagen. Pijn doet het niet.

Kraterachtige opening

Welkoop herinnert zich niet tijdens zijn reis op het hoofd gestoken te zijn. De bult is gegroeid (3-4 cm). Bovenop zit een kraterachtige opening waaruit bloederig vocht lekt. Met een pincet wordt de wond tot 1,5 cm diepte geëxploreerd. Behalve wat débris komt er niets naar buiten. Omdat er geen duidelijke infectiekenmerken zijn, besluit de huisarts geen antibiotica te geven, maar hem naar een tropenkliniek te verwijzen.
Bij het interdisciplinair huisartsenoverleg komt het onderwerp ter sprake. Een collega adviseert de wond met vaseline af te dekken, aangezien dat een eventuele parasiet vanwege zuurstofgebrek naar buiten zou kunnen lokken. De aanpak wordt de patient via zijn voicemail voorgelegd.

Excisie

De volgende dag verschijnt hij op het inloopspreekuur. Hij moet lang wachten voor hij in het ziekenhuis terechtkan en vraagt daarom nu om radicale excisie van de wond met inhoud. Het tegenvoorstel is om eerst de aanpak met vaseline uit te proberen. Over de wond wordt een dikke laag gewone vaseline aangebracht. De volgende ochtend heeft een rupsachtige parasiet zijn weg naar buiten gevonden. Het blijkt te gaan om de larve van de Dermatobia hominis, een horzel uit Latijns-Amerika. Enkele dagen later is de wond restloos genezen. De afspraak met het tropenziekenhuis wordt afgezegd.
Maurits Welkoop had een vorm van cutane myiasis (myia = vlieg), een parasitaire huidinfectie door de larve van vlieg of horzel. De Dermatobia hominis is een horzel van 14 tot 16 millimeter, gemakkelijk te herkennen aan zijn eigele kop, zijn donkerblauwe lijf en zijn oranje poten. Deze horzel leeft in Midden- en Zuid-Amerika. Eenzelfde soort myiasis komt voor in Afrika, ten zuiden van de Sahara en wordt daar veroorzaakt door Cordylobia anthropophaga, de toemboe-vlieg.

Met de toename van avontuurlijke reizen naar tropische streken wordt ook de kans groter om een bijzondere tropische aandoening mee naar huis te nemen, zoals parasitaire huidaandoeningen. In dit geval de cutane myiasis , waarbij een horzellarve opgroeit in de huid van een reiziger. Tijdig herkennen van cutane myiasis en het paraat hebben van praktische behandelingsmogelijkheden kan het beperkte aantal patiënten dat met een dergelijke aandoening bij de huisarts komt een hoop ellende en een verwijzing besparen.

Bron en meer informatie: Een bedrieglijke bijbal, en 22 andere klinische lessen uit Huisarts & Wetenschap, G.A. van Essen

Tekening: Luuk Poorthuis

Tip

   Differentiële diagnostiek in de interne geneeskunde, Reitsma e.a.